vrijdag 1 juli 2011

Zei ik tegen mezelf


Dit keer waren we niet de enigen in de Botanische tuin.
In het gras lagen tekeningen van bloemen in zachte tinten.
Er stonden tafels met doosjes pastelkrijt.
Twee kinderen waren nog bezig met hun werkstuk en kregen aanwijzingen van hun juf.
Moeders kletsten.

Een stuk of vijf kinderen renden ondertussen schreeuwend door de tuin.
Ik begreep het wel, zei ik tegen mezelf.
Kinderen kunnen niet lang stilzitten, zei ik tegen mezelf.
Ik kon evengoed bloemen bewonderen, zei ik tegen mezelf.

Ik bewonderde.
Maar niet voor lang.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen